Informatie auteur: dit artikel werd geschreven en/of inhoudelijk gecontroleerd door gediplomeerd verzekeringsexpert Johan Kooijmans.

Onder de WA-autoverzekering wordt schade gedekt die jij met jouw auto toebrengt aan anderen. Dankzij een casco-autoverzekering wordt schade aan de eigen auto verzekerd. Zorgkosten door toedoen van letselschade in het verkeer worden onder ieders individuele zorgverzekering gedekt. Toch zijn er onverzekerde risicofactoren waar héél veel mensen niet bij stilstaan, vooral voor de inzittenden van een auto.

Voor de praktische gevolgen van blijvende invaliditeit heb je een ongevallenverzekering c.q. invaliditeitsverzekering nodig. De gevolgen van arbeidsongeschiktheid zijn gedekt onder een arbeidsgeschiktheidsverzekering. Voor de gevolgen van overlijden sluit je een overlijdensrisicoverzekering af. Dankzij een inzittendenverzekering worden al deze risico’s (deels) gedekt. Althans, indien ze ontstaan door toedoen van een verkeersongeval waarbij jouw verzekerde auto betrokken is. 

Dus álle inzittenden van de verzekerde auto –zowel bestuurder als bijzitter/bijrijder als passagiers/meerijders– worden gedekt onder een zogenaamde inzittendenverzekering. Bovendien speelt de schuldvraag géén rol; dus er wordt ALTIJD uitgekeerd, ongeacht wie schuld heeft en aansprakelijk is…

Tip: vul hier het kenteken van jouw auto in...

En vind direct een goedkopere autoverzekering!

De inzittendenverzekering is een bijdekking die je kunt afsluiten als aanvulling op een autoverzekering. Hiermee is elke inzittende van de verzekerde auto gedekt. Voor het claimen van schade op een dergelijke verzekering speelt de schuldvraag (wie is schuldig c.q. aansprakelijk?) geen enkele rol. Er zijn twee verschillende vormen van de aanvullende inzittendenverzekering, namelijk:

  • SVI: schadeverzekering voor inzittenden
  • OIV: ongevallen-inzittendenverzekering

 

De terminologie qua inzittendenverzekeringen wordt door velen als verwarrend ervaren. Immers is schade veelal het gevolg van een ongeval. Niet gek dus dat de OIV (ongevallen-inzittendenverzekering) maar al te vaak OVI (ongevallenverzekering voor inzittenden) wordt genoemd… En de SVI nog weleens als SIV (schade-inzittendenverzekering) wordt aangemerkt…

Deze foutieve c.q. alternatieve benamingen leiden veelvuldig tot verwarring, dus kijk goed of er wordt gesproken over SCHADE óf ONGEVALLEN.

Inzittendenverzekering: verschil tussen SVI & OIV

Hét belangrijkste verschil tussen een ongevallen-inzittendenverzekering (OIV) en schadeverzekering inzittenden (SVI) zit hem in de uitkering ervan. De OIV keert namelijk slechts eenmalig een vast schadebedrag uit. En uitsluitend bij (blijvende) invaliditeit of overlijden. De SVI vergoedt daarentegen élke daadwerkelijk geleden schade. Zowel letselschades als materiële schades worden erdoor gedekt.  

A. Premieverschil tussen beide bijdekkingen

Met een OIV ben je beduidend goedkoper uit dan met een SIV. Ongevallen-inzittenden kost je gemiddeld 2 euro qua maandpremie. Schade-inzittenden kost minimaal het dubbele, tot maar liefst 6 euro per maand. Maar dit aanzienlijke premieverschil is geenszins zonder reden…  

B. Dekking: schadeverzekering versus ongevallenverzekering

Nadeel van ongevallen inzittenden dekking is dat er alléén wordt uitgekeerd in geval van overlijden óf (blijvende) invaliditeit. De kans hierop is gelukkig relatief klein. Dus ook de relatieve kans dat een OIV tot uitkering moet komen, is minimaal. Bovendien vergoedt de OIV maximaal een x-aantal euro’s. Vanwege de beperkte dekking en vergoeding is óók de premie beperkt.

De kans dat er wordt uitgekeerd door een SVI is véél groter. Een SVI dekt namelijk letselschades, medische onkosten, schade aan spullen in de verzekerde auto, misgelopen inkomsten, uitvaartkosten, woningaanpassingen t.b.v. invaliditeit én smartengeld. Bovendien zijn de verzekerde bedragen (en daarmee de uitkering die je ontvangt) doorgaans veel hoger.

Onder een schadeverzekering voor inzittenden is onder andere inkomstenverlies c.q. inkomstenderving door letselklachten dus wél verzekerd. De SVI dekt materiële en immateriële schade zoals ze óók zouden worden gedekt op grond van art. 6:107 BW. 

C. Maximumbedragen: maximale vergoeding verschilt enorm!

Een OIV is een stuk goedkoper dan een SVI omdat je bij schade voor totáál verschillende bedragen verzekerd bent. Een Ongevallen-inzittendenverzekering kent een eenmalige maximumvergoeding. Deze maximale onkostenvergoeding is doorgaans als volgt:

  • Eenmalig €15.000,- tot €50.000,- per inzittende voor blijvende invaliditeit
  • Eenmalig €10.000,- tot €30.000,- per inzittende bij overlijden

 

Dit lijken wellicht fikse bedragen, maar bij inkomensverlies blijft een flink financieel gat bestaan dat nog zal moeten worden opgevuld. Bovendien kunnen uitkeringsbeperkingen worden gesteld navenant leeftijd. Zo keren sommige OIV’s minder uit bij overlijden van minderjarige en seniore inzittenden.

Met een schadeverzekering inzittenden (SVI) ben je verzekerd voor effectief geleden schadebedragen. Niet eenmalig, maar pér afzonderlijke schadegebeurtenis (ongeval c.q. ongeluk c.q. aanrijding). De maximumvergoeding die wordt uitgekeerd door een SVI is véél hoger en ziet er veelal als volgt uit:

  • Maximaal €1.000.000,- per gebeurtenis

 

En eveneens ten nadele van de OIV… Overlijd je binnen twee jaar ten gevolge van het verkeersongeval, dan wordt het volledige OIV verzekerde bedrag uitgekeerd aan je nabestaanden / erfgenamen. Raak je blijvend invalide, dan wordt het uitkeringspercentage vastgesteld aan de hand van een invaliditeitspercentage. Invaliditeit wordt door een medisch adviseur bepaald navenant volledig (functie)verlies van organen of orgaanfuncties.

Raak je bijvoorbeeld (de functie over) een arm kwijt, dan ontvang je 75% van het gemaximeerde geldbedrag. Voor een kleine teen staat 10% en voor tweezijdige blindheid 100% van het verzekerde bedrag.

Verschil SVI & OIV: de daadwerkelijke schade

Het premieverschil tussen ongevallen-inzittenden en schade-inzittenden is enkele euro’s per maand. Met een schadeverzekering voor inzittenden ben je goed verzekerd. Met een ongevallen-inzittendenverzekering niet bepaald. Een hypothetisch voorbeeldje maakt het wezenlijke verschil tussen SVI en OIV direct duidelijk… 

Na een verkeersongeluk kun je 4 weken niet werken, hetgeen allerlei directe en indirecte consequenties heeft. Met een SVI heb je dekking voor letselschade, emotionele schade, inkomstenverlies, beschadigde spullen en aanverwante medische onkosten. Met een OIV niet. Bij een OIV is er immers alléén sprake van schade-uitkering bij blijvende invaliditeit of overlijden.

Hoewel ze qua naam op elkaar lijken en eenzelfde doelgroep van dienst zijn, is de SVI véél completer qua dekking dan de OIV. Niet voor niets dat SVI’s steeds populairder worden en OIV’s tegenwoordig nauwelijks nog worden afgesloten.

Verschil SVI & OVI: tot slot…

Bij het overgrote merendeel van alle autoverzekeraars kun je een inzittendenverzekering afsluiten als bijdekking op je autoverzekering. Daarmee verzeker je jezelf en jouw passagiers voor de financiële gevolgen van een verkeersongeval waarbij jouw auto betrokken raakt. Bijvoorbeeld tegen de financiële gevolgen van letselschade, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid en/of overlijden.

Een inzittendenverzekering is niet direct noodzakelijk voor passagiers, maar mogelijkerwijs van cruciaal belang voor een autobestuurder die zélf (mede)veroorzaker van een ongeval is. Als schuldaansprakelijke bestuurder kun je namelijk een groot deel van de gereden c.q. geleden schade verhalen op de eigen inzittendenverzekering.

Passagiers kunnen geleden schade te allen tijde claimen op de WA-verzekering van de bestuurder óf de tegenpartij. En medische kosten worden (zowel voor de bestuurder als diens meerijders) gedekt onder ieders eigen zorgverzekering. Een inzittendenverzekering is dus niet per definitie noodzakelijk, maar absoluut het overwegen waard. (bron)